Weetjes over Ooievaars

Krijgen we op Sloten meer broedparen? 

Een paar weken geleden hield onze ooievaarsringer Engbert van Oort een spannend relaas over deze bijzondere en trotse steltloper, die sinds een paar jaar weer op Sloten te vinden is. Engbert hield een uitgebreid en informatief verhaal aan de hand van 75 afbeeldingen. Het is helaas onmogelijk om hiervan compleet verslag te doen. Vandaar dat u hieronder een opsomming treft van de weetjes:

* Er bestaan heel veel soorten ooievaars in de wereld. In 2016 zijn er in Nederland ongeveer 650 broedparen van de Witte ooievaar geteld.

* De Zwarte ooievaar (uit Balkan, Polen, Hongarije en Spanje) is in 2016 vijftien keer waargenomen in Nederland. De verwachting is dat we die hier vaker gaan zien in de toekomst.

* In de rest van de wereld leven nog heel veel andere soorten ooievaars.

* De ooievaar was in Nederland bijna uitgestorven. In 1996 heeft de Vogelbescherming de Witte ooievaar hier weer uitgezet.

* Het is moeilijk om het verschil te zien tussen de geslachten, omdat mannen en vrouwen hetzelfde kleed dragen. Het mannetje is groter.

* Ooievaarsveren groeien weer aan.

* Ooievaars zijn in hun derde jaar volgroeid en geslachtsrijp. Tot die tijd hebben ze nog geen geslachtsdelen: dat zou slechts ballast zijn op hun zware tocht naar het Zuiden.

* Ongeveer de helft van de ooievaars die naar het Zuiden (Spanje en Afrika) gaat, overleeft de tocht (uitputting/jacht).

* Via STORK komen veel terugmeldingen binnen over geringde ooievaars, die tot in Zuid-Afrika zijn gespot.

* Rond Madrid zijn grote vuilnisbelten waar ooievaars veel eten vinden. Per belt zijn drie á vier duizend ooievaars geteld.

 * Een volwassen ooievaar heeft een spanwijdte van 2,5 meter.

* Ooievaars maken eigenlijk hun nesten in vrijstaande bomen, maar als mensen mooie nestpalen kant en klaar beschikbaar stellen, zijn ze graag bereid daarop te wonen. Een door mensen klaargezette gemeubileerde en gestoffeerde woning wordt gewaardeerd. Dat is immers wel zo makkelijk!

* Mannetjes zijn groter en kunnen daardoor sneller vliegen. Zij komen meestal eerder terug dan de vrouwtjes en zoeken – zwevend in de lucht – alvast een geschikte woning uit.

* Zij kiezen het liefst voor een nest waar een flinke schijtrand op zit. Daar blijkt namelijk uit dat er al een gezin (met kinderen) op gewoond heeft. Blijkbaar was het daar veilig en was er voldoende voedsel in de omgeving te vinden. Uiteraard moet het nest vrij staan, zodat je eventuele belagers kunt zien aankomen.

* Ooievaars zijn nestvast en niet partnervast. Als een vrouwtje niet terugkomt, is er wel een ander die op het geklepper afkomt…

* Over de hele wereld broeden ooievaars op nesten die heel dicht bij elkaar liggen. Soms zijn nesten zo dicht bij elkaar dat ze zelfs binnen pik-afstand liggen.

* Sommige (mannetjes) ooievaars vertonen machogedrag en tolereren geen buren dichtbij hun nest. Het kan voldoende zijn wanneer het nieuwe mannetje zelfverzekerd lef (Amsterdamse bluf) toont zich gewoon niets aantrekt van de opgewonden buurman. Het kan ook tot een gevecht komen, tot de dood erop volgt. (Zoals we helaas een paar jaar geleden op Natuurpark Vrije Geer gezien hebben.)

* Een ooievaarsei weegt evenveel als een mandarijn en is even groot als twee mandarijnen.

* Het vrouwtje legt om de dag een ei. Vanaf dag drie wordt er gebroed. Hierdoor komen ei één en ei twee tegelijk als eerste uit. Er worden maximaal vijf eieren gelegd. 

* Als de eerste twee ooievaartjes geboren zijn, dan hoort nummer drie het gepiep van de twee oudsten en kruipt ook uit zijn ei. 

* Nummer vier (en vijf) komen ook uit, maar zijn kleiner. Zij zijn de verzekeringseieren. Als de drie oudsten in orde zijn en er voldoende voedsel is, blijft de vierde – als die sterk genoeg is – leven. (In 2016 op Natuurpark Vrije Geer) Nummer vijf wordt in dat geval door elkaar geschut en opgegeten. Die eiwitten kan mama goed gebruiken om aan te sterken en de zware voeder- en opvoedtaken te vervullen.

* Papa en mama verdelen de huiselijke taken eerlijk: ze broeden om de beurt en halen daarna om beurten voedsel voor hun kroost.

* Het is niet goed om ooievaars bij te voeren. Dan maak je ze afhankelijk van mensen. Ze moeten leren om voor zichzelf te zorgen.

* Als de jongen geboren zijn, zie je ander gedrag bovenop de paal. Tijdens het broeden zie je papa en mama nog ‘potje roeren’. Dan draaien zij hun eieren telkens om, zodat die goed uitgebroed kunnen worden. Als er kleintjes geboren zijn, zie je ze braken. De kleine ooievaars krijgen zo hun voer.

 * Ongeveer 45 dagen na de geboorte worden de kleuterooievaars geringd. Dan kunnen ze nog niet uit angst voor de ringer het nest uitlopen, maar hebben ze wel al een ‘enkel’ waarachter de ring blijft hangen.

*  Wat ooievaars niet verteren, braken ze uit. Een braakbal kan vijf centimeter lang zijn. 

* Zwerfafval dat op voedsel lijkt, is gevaarlijk voor ooievaars. Denk bijvoorbeeld aan post-elastieken. Ooievaars denken dat ze een lekker dikke worm te pakken hebben… Gooi al het zwerfafval dus in de prullenbak!