“We hebben elkaar nog, dat is rijkdom”

Jan en Rie Holla zijn 65 jaar getrouwd

Normaal doen we de ronde getallen, maar ook voor een briljanten huwelijk komt de Westerpost graag op bezoek. Jan en Rie Holla vertelden lokale media met vijftig jaar al hoe het ging. Tijd dus om te vragen hoe het nu met de 90-plussers gaat.

Shirley Brandeis

Twee weken lang konden ze op de keukendeur aftellen. De zelfgemaakte scheurkalender van dochter Marjan toonde dagelijks een plaatje uit het verleden. De laatste ging er op zondagochtend 27 oktober af. In 1954 traden ze in het huwelijk op deze, toen regenachtige, dag. “Ik zal Rie de groeten doen van je,” zei zijn broer plagerig als hij naar zijn vriend, de broer van Rie, ging. Je doet maar, dacht Jan; hij kende het meisje niet. De familie van Rie Kessen woonde ver aan de overkant, in de Sloterpolder, bij de Postjesweg. Hij op nummer 325EK, zij op 365E. Er moest een koude winter, met bevroren vaart, aan te pas komen voor een eerste ontmoeting op het ijs. Jan: “Wat een leuke griet, dacht ik. Maar ja, ze was al voorzien.” Rie knikt. “Ik was bezet, ja. Maar dat ging uit. Ik heb geen idee meer hoe dat is gegaan.” Waarop ze viel? “Jan was vrolijk en vriendelijk.” De verkering duurde zes jaar. Er werd gewandeld, er werd gedanst. Jan: “Dat laatste zal wel, maar niet met mij.”

Grappenmakers
Op tafel ligt een stapel felicitaties van evenzoveel jaar geleden als hun bruiloft. Ook de aantekening uit haar agenda in die periode is er nog. Te lezen is dat de ondertrouw op 13 september om half twee plaatsvond, het trouwen voor de wet op 29 september om tien voor half tien. En dus de bruiloft op 27 oktober, in de Augustinuskerk. In de middag brak de zon door. Na de plechtige zaken was het feest in hotel Vinkeboer. Jan: “We moesten wel uitkijken. In de polder waren er altijd een paar grappenmakers om het pasgetrouwde stel na afloop te verrassen. Daarom hadden we iemand in huis als oppas, om te voorkomen dat er wat werd geflikt.” Met succes.

Op blote voeten
Uit het Noord-Brabantse plaatsje Mill kwam het huis voor de jonggetrouwden, in een dag tijd opgebouwd aan de Osdorperweg. In de gang een schilderij als aandenken; het huis is inmiddels gesloopt, alsook de kerk en de lagere school van de kinderen. Alles verandert, maar de herinneringen blijven. “Achteraf denk ik, we hebben nooit gewaardeerd wat we hadden,” aldus dochter Annie, een van de vijf kinderen die er opgroeiden. Zus Marjan somt het op: in bed de kikkers horen kwaken, zo op blote voeten naar buiten, de boeren het land op horen komen om de koeien te melken en vooral de grote schare dieren – de zwaan Pipo, de duiven, de katten – die ze mochten houden. “Als je er maar goed voor zorgde.” Stiekem sliepen de katten bij Marjan in bed, tegen zin van de moeder in.

Hopen op een plek
Na de overname van het huis door een andere boer, werd het jaren later gesloopt. Jan: “Ik heb toegekeken hoe het werd weggehaald. Dat deed wel pijn.” Ze wonen sinds het jaar 2000 fijn en ouderdomsbestendig nabij de Ookmeerweg, maar ook hier gaat de leeftijd opspelen. Rie: “We zouden zo graag samen een plekje in een verzorgingshuis willen hebben. Met zorg, een goede maaltijd en reuring van mensen om je heen.” Plek is er niet, dus ze maken, met ondersteuning van de kinderen, er het beste van. “We hebben elkaar nog, dat is rijkdom.” Op naar de zeventig, zeggen ze optimistisch, waarna Jan zucht over de honderd die hij dan nadert. Rie lacht: “Ze zeiden dat de Kessens een zwak geslacht zijn. Ze zouden eens terug moeten komen om mij te zien!” Het is snel gegaan, zeggen ze. Bij het opstaan op 27 oktober dit jaar zeiden ze het ook tegen elkaar: waar zijn de jaren gebleven…