Tiny is honderd

tiny is honderd web

Als iemand kan stralen op haar honderdste verjaardag is het Tiny Vegersteen-Liplaa wel. Te midden van familie en vrienden, die achterelkaar haar uitgebreid de liefste dingen geven en wensen, en naast haar jongere vriend Joop, geniet de eeuweling van top tot teen. Dagelijks bestuurder Erik Bobeldijk en de Westerpost mochten het feestje in De Schutse meevieren.

Shirley Brandeis

“Ze is erg bij de tijd,” fluistert de een ons toe. “Ze is dol op de zon,” zegt een ander. “Ze heeft een goede babbel,” zegt Joop haar zes jaar jongere vriend. Het leeftijdsverschil is overkomelijk, grappen de meeste aanwezigen. En ook: “Ze straalt als ze bij hem is.” Als de jarige haar bezoek de hand geeft, laat ze niet meer los. Wrijvend met haar duim wil ze weten hoe het met jou ook gaat. Enthousiast neemt ze elk setje pantoffels, alle doucheschuim en vele boeketten in ontvangst. Iedereen voelt zich uniek bij Tiny Vegersteen.

Haar leven begon op 10 oktober 1918. Een bewolkte dag waar wel eens een druppel regen viel, vertelt zoon Kees in zijn speech voor moeders. Zijn broer Henk is er ook en daar is iedereen superblij mee, want hij heeft een zware tijd achter de rug. Het gezin is op vader Kees na, die eenentwintig jaar geleden overleed, compleet. Een moeder met haar zoons, haar schoondochters en kleinkinderen, en ze is ook nog honderd. We worden er blij van.

100
Ze werd geboren in de Indische buurt in Amsterdam. Een van de eerste van haar vele anekdotes is rond haar zesde jaar, als ze naar de grote school mag. “Ik dacht: ik zal de kleuterjuf straks vertellen wat ik daar allemaal leer. Zodat zij dat ook eens weet.” Een bulderende lach uit een klein lijfje volgt. En dan volgt er weer een cadeau met een kaart met het magische getal 100 erop. “Goed dat dat er opstaat, anders was ik het al weer vergeten!” lacht ze verder. “Dag schattebout,” klinkt het veelvuldig van gast naar jarige.

Heck’s Lunchroom
Haar uitspraken verraden een leven lang in dezelfde stad. Nou goed, enkele maanden woonden Kees en zij met de jongens in Vught, maar die Brabanders… Ze kwamen al snel weer terug. Horecamensen waren ze. Jaren was Kees zaalchef bij  Heck’s Lunchroom op het Rembrandtplein, het onder oudere Amsterdammers bekende restaurant met live muziek. Ook zij kwam er te werken. “De vrouwen van de medewerkers konden ze goed in de ochtendurengebruiken. Kwart over vijf op, tot tienen, daarna ging Kees aan de slag.” Later kregen ze de Ruteck’s aan de Reguliersbreestraat, waar eerder Heck’s Automatiek zat, onder hun hoede en trokken ze in de bedrijfswoning erboven. “Oh, we hadden zulke heerlijke koffie.” Het was hard werken, maar gezellig. “Klanten waren altijd in een goede bui.”

Appetijtelijk
Vijf jaar geleden kwam ze, slechts tien jaar na haar laatste werkdag (inderdaad, op haar 85e; na Kwekkeboom bij de bloemist), in De Schutse wonen. “Ik zag steeds meer op tegen de boodschappen.” Ze brak eerder al een heup, maar herstelde, al werd het niet meer zoals het was. In het verzorgingstehuis ontmoette ze Joop. “Iemand zei: hij kijkt steeds naar je.” Ze vond hem een appetijtelijke man. Hij  vroeg haar op de koffie. En toen was daar op een dag die arm om haar heen. “Oh jeetje,” dacht ze en dan volgt er nog iets plat Amsterdams dat niet in de krant ‘mag’.  Ze jubelen allebei over hun woonomgeving. “Het is hier fantastisch.”

Nelson en Fanny
De eerste auto’s, de oorlog (“Ik heb bijna alle tranen in mijn leven toen gelaten”), de wederopbouw, het gezin, het werk, de zomers op Zandvoort, de winters in Benidorm. Hoe vat je een leven van honderd jaar samen. Ondoenlijk. “Tiny en haar man Kees hadden oeverloze liefde voor anderen en veel humor,” vertelt een nichtje waarvoor Tiny de honneurs als oma vanzelfsprekend waarnam. Het zegt veel over de honderdjarige die hand in hand met haar ‘veel’ jongere vriend geniet van haar eigen feestje. Geboren in het jaar dat ook Nelson Mandela en Fanny Blankers-Koen ter wereld kwamen. Tiny gaat nog even door.