Oud-politica Hedy d’Ancona over zelfbeschikking ‘Ouderen hebben niets te zeggen over hun eigen dood’

Zijn ouderen alleen maar ‘sociaaleconomische lastposten’ of blijven we ze als volledig mens zien, in kwetsbaarheid en behoefte aan zelfstandigheid? Verleden maand hield Hedy d’Ancona de Socrateslezing in de Rode Hoed onder de titel ‘Er is een land waar ouderen willen wonen: een pleidooi voor de emancipatie van ouderen’. “Vrijwillige levenseinde per direct moet wettelijk worden geregeld. De formatievorming onder leiding van Edith Schippers liep onder meer vast op het thema vrijwillige levenseinde”, opent de ex-politica.

Hedy d’Ancona: “Vrijwillige levenseinde per direct moet wettelijk worden geregeld.”(Foto: Humanistisch Verbond)

arenlang was Hedy d’Ancona (79, socioloog en sociaal demograaf) actief voor de Partij van de Arbeid, als staatssecretaris, minister, lid van de Eerste Kamer en van het Europees Parlement. Als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was zij onder meer belast met volwasseneneducatie, arbeidsomstandigheden en emancipatiezaken. In het kabinet-Lubbers III was zij van 1989 tot 1994 minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Tevens richtte zij met anderen het feministisch maandblad Opzij op, waarvan zij van 1972 tot 1981 hoofdredactrice was. Daarnaast was ze in 1978 medeoprichtster en vicevoorzitter van Man Vrouw Maatschappij.

Zelfbeschikking, een hot item momenteel, is in deze context de mogelijkheid om over jezelf en het eigen lichaam en leven te beslissen. “Ik vind dat broodnodig voor de emancipatie van de 50-plusser. Niemand wordt verplicht zijn leven te beëindigen als-ie het zelf voltooid vindt. Ouderen hebben niets te zeggen over hun eigen dood. Natuurlijk, mensen hangen enorm aan het leven Daar moeten we niet te licht over denken. Het is niet zo, dat mensen er graag vanaf willen als ze het zelf niet leefbaar vinden. Zelf ben ik levenslustig. In oktober word ik 80. Maar als je geen levenslust meer hebt en ervaart: ik ben mijn omgeving alleen maar tot last en de mogelijkheid ligt er voor zelfbeschikking, zou ik daar maar eens over nadenken. Het traject wordt intensief en goed begeleid: het kan niet zo zijn, dat je zegt, nou vandaag heb ik er niet zo’n trek in. Het is geen momentopname. Het gaat niet om ouderdomsdepressie of een dagje wat minder. Het gaat om een langdurige wens om eruit te gaan als je vindt dat je leven is voltooid. Ik heb mensen gekend, die mij brieven schreven; hartinfarcten, eenzijdig verlamd, niet meer kunnen lopen en praten. Het was genoeg geweest. Een vrouw zag het niet meer zitten. Ik begrijp dat. Ze was dankbaar, dat een arts dokter aan haar wens voldeed.”

De zachte uitsluiting 

En dan over ouderen in zijn algemeenheid. “Wat is er moeilijk aan oud worden? Mensen die truttig worden benaderd en behandeld, vreselijk. Ik noem het de zachte uitsluiting. Dat voelt naar. Je telt niet meer mee. Wij ouderen moeten anticiperen. Dat hoort in een democratie. Door de ogen van een ander kunnen kijken. We zijn als ouderen met velen en de groep groeit. We krijgen nieuwe knieën, heupen, lenzen. En dan die medicijnen, waarmee we overeind worden gehouden. Dat is prima, maar het levert niet altijd op. Het verkeerde beeld is, dat ouderen allemaal zielig zijn. Een tweede beeldvorming die ook onjuist is:  ze hebben geen ambities. Maar ouderen verschillen niet veel van jongeren als het gaat om de lat hoog leggen. Al is het op een ander niveau.”Bron: NPO1