Kennismaken met het Stoomgemaal Halfweg

Zondag 12 juni: Dag van het Kind, stoomdag met Smidse Experience
“Het ijzer smeed je als het heet is”

Door Anja Maas

Halfweg. Wat komt er allemaal kijken om een gemaal uit 1852 te laten draaien en toegankelijk te laten zijn voor publiek? Conservator Peter van Kaam staat met een legertje vrijwilligers klaar om dat te laten zien: stokers, machinisten, smeerders, een smid, rondleiders en baliemedewerkers. Westerpost laat u gedurende dit draaiseizoen kennis maken met deze vrijwilligers die oude tijden laten herleven. André Eelman, de smid, draagt daaraan bij met zijn Smidse Experience.

Dag van het Kind

Stoomgemaal-Halfweg-site“Kijk”, vertelt André. “In dit gedeelte van gemaal ben ik op zo’n dag de baas. We hebben hier een ouderwetse werkplaats ingericht als een echte smidse. Met een hakblok, hoort er helemaal bij. Smidse, zo heette zoiets vroeger. De smid sloeg er spijkers met koppen en natuurlijk alleen als het ijzer heet is. Dat laat ik op zo’n stoomdag zien. Ruwe ijzer, het is puur natuur. Ik vergelijk het wel met zachte klei, dat je kunt kneden met je handen. Ik geef kinderen die komen kijken zo’n bolletje in hun hand. Daarmee sla ik dan een bruggetje naar de belevingswereld van de jeugd van vandaag. Want die heeft niets met een originele smederij. Voor de volwassenen blaas ik het vuur nog eens aan met een blaasbalg. Die kennen ze vaak alleen van de barbecue. Voor de kinderen demonstreer ik hoe je een kop op een spijker slaat. Als ze het zelf eens willen proberen help ik een handje. Ze zijn dan wat trots op hun eigen spijkers met koppen.
Smid en smidse, ze zijn helemaal verdwenen. Gezien de vele uitdrukkingen in onze taal die verwijzen naar de smid is het een belangrijk beroep geweest. Denk aan het beslaan van paarden. Die dieren waren onmisbaar voor het transport, de smidse was een motor van de lokale economie. Dat laat ik hier zien. Ik zorg voor een beleving, een experience zoals dat tegenwoordig heet. Ik stook er enthousiast het vuur voor op. Zeker op 12 juni, want dan hebben we de Dag van het Kind. Dan kunnen kinderen niet alleen spijkers met koppen slaan, maar ook hun stoomdiploma halen door de stoker en de machinist te helpen. Ik hoop aanstaande zondag veel mensen te ontmoeten.”

André, wil je ook iets over jezelf vertellen. Toen je jong was, dacht je toen: ik word later smid?

Nee, dat ben ik ook helemaal niet geworden, dit werk vloeit logisch voort uit mijn vroegere beroep, dat zich overigens wel afspeelde in de metaal. Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik ben een ras-Amsterdammer. Mijn ouders kwamen bij elkaar in de Tweede Wereldoorlog, ze hadden allebei een bombardement overleefd. Mijn vader was bankwerker. Bij de Artillerie aan de Hemweg. Ik heb hem vroeg verloren, ik was 8 toen hij stierf. In ons gezin, ik heb een broer, kwam het hard aan. Ik was een stoer jochie, vond school saai. Ik mocht eraf, ging naar een Montessorischool. Paste veel beter bij me. Na de lagere school kwam de LTS. Metaal en elektra. Ik werkte graag met mijn handen. Metaal is een zwaar vak, maar ook een mooi vak. Ik begon met losse baantjes, bij de Weekblad Pers, Voetbal International. Daarna volgde machinebedrijf Cascade. Goed betaald, had het naar mijn zin. Maar er kwamen andere dingen op mijn weg. In mijn werk heb ik me altijd maatschappelijk betrokken getoond, onder andere in de OR. Op een gegeven moment werd ik ziek en afgekeurd. Ik ben me toen blijven inzetten met vrijwilligerswerk, onder andere in de kruidentuin van de Hortus. Het heeft me veel waardering opgeleverd.

Hoe kwam je terecht in het Stoomgemaal?

Dat was in 2003 als bezoeker. Ik vond het meteen fantastisch. Arie Moulijn, stoomgemaalfan van het eerste uur – hij leeft helaas niet meer – zei dat ze vrijwilligers zochten, vooral een smid. Mijn metaalhart begon meteen te kloppen Zo werd ik smid met een missie: ik smeed hier het verleden tot het heden.

Hoe belangrijk vind je dit stoomgemaal als levend museum?

Heel belangrijk. Kolen, stoom, ijzererts, het is onmisbaar geweest voor de totstandkoming van dit polderland. Vroeger was het allemaal water, we kunnen ons dat niet meer voorstellen. En dat zou wel moeten, je moet weten waar je vandaan komt. Ik zou zeggen, iedere bewoner van dit gebied moet dit gemaal een keertje bezocht hebben!.