Kamerverhuur 2020 beperkt?

Uit de Stadsdeelcommissie

 

Nieuw-West – Op dinsdag 25 juni stond een onderwerp op de agenda van onze SDC, dat voor heel Amsterdam belangrijk is: B&W vragen de zeven stadsdeelcommissies om advies bij de Huisvestingsverordering 2020.

 

CeesFisser@Westerpost.nl

Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft nieuwe regels voorgesteld voor het verdelen van de (veelal schaarse) woonruimte in de stad. Die nieuwe regels zijn nu nog ‘concept’, maar moeten op 1 januari 2020 van kracht worden. B&W hebben aan de zeven SDC’s van Amsterdam advies gevraagd. Later dit jaar beslist de Gemeenteraad hierover.

Onzelfstandige kamerverhuur

Een belangrijk onderdeel van de Huisvestingsverordening 2020 (hierna: Hvv2020) is de mate waarin de gemeente het toestaat om koop-(eengezins)woningen en grote koop-appartementen te onttrekken aan de bestaande woningvoorraad, door ze via “onzelfstandige kamerverhuur” te gaan verhuren – al dan niet na (kleine) bouwkundige wijzigingen.

Op sociale media (bijv. Facebook) wordt de negatieve invloed die kamerverhuur kan hebben op de directe woon- of leefomgeving meestal onderschreven, maar door sommigen hardnekkig gebagatelliseerd.

Voor kamerverhuur geldt in Amsterdam sinds 1993 een vergunningplicht. Vóór 2016 waren er bijna geen vergunningen voor kamerverhuur aangevraagd. In 2016 zijn bij de gemeente 31 aanvragen ingediend. Doordat Amsterdam in 2017 meer is gaan handhaving op kamerverhuur, is het aantal aanvragen voor kamerverhuur gestegen. Tot 1 januari 2019 zijn in de stadsdelen zo’n 1700 vergunningen verleend.

 

Doelgroepen

In de bijlagen bij de Hvv2020 staat dat kamerverhuur vooral voor studenten, jongeren en statushouders vaak de enige mogelijkheid in Amsterdam is om aan woonruimte te komen. Voor een sociale huurwoning hebben ze te weinig ‘inschrijfduur’ en voor een eigen huurwoning in de vrije sector of een koopwoning hebben ze te weinig inkomen. De gemeente schrijft dat door kamerverhuur zelfstandige woningen niet ‘definitief’ worden omgezet in kleinere woningen. Woningen met kamerverhuur kunnen volgens Amsterdam “op een later moment weer als zelfstandige woning worden verhuurd en bewoond”. De vraag is natuurlijk of het daar ooit toe komt! Woningen bouwen voor deze doelgroepen ligt meer voor de hand.

Het is bij de gemeente Amsterdam doorgedrongen dat “een overmaat aan kamerverhuur nadelige gevolgen heeft op de woningvoorraad en de leefbaarheid: Het verhuren van een woning aan meerdere personen levert in de regel een hogere huur op dan verhuur aan één of twee personen of een gezin. Dit maakt kamerverhuur interessant voor verhuurders [lees: huisjesmelkers;CF]. De hogere huuropbrengsten kunnen er toe leiden dat één of twee persoonshuishoudens of gezinnen uit de markt worden gedrukt. Enerzijds doordat kamerverhuur er voor kan zorgen dat huurprijzen boven het budget uitkomen van één of twee persoonshuishoudens of gezinnen; anderzijds doordat het aantal beschikbare woningen afneemt.”

Kamerverhuur leidt vaak tot een intensievere bewoning, omdat de verschillende huishoudens vaak verschillende leefritmes hebben. Dit heeft gevolgen voor de leefbaarheid in de (directe) omgeving van zo’n woning. Omwonenden geven – volgens de gemeente – ook regelmatig aan dat kamerbewoners door de vaak relatief korte woonduur minder binding hebben met het woongebouw en de directe omgeving: “Dit kan nadelig zijn voor de sociale cohesie in een wijk en de betrokkenheid bij het woongebouw.”

 

Nieuw: quotum per wijk

De gemeente stelt (dus) dat “kamerverhuur de samenstelling van de woningvoorraad, de woningprijzen en de leefbaarheid beïnvloedt.” Daarom moet een woningeigenaar vergunning aanvragen voor kamerverhuur in Amsterdam.

Als de gemeenteraad het voorstel van B&W overneemt, geldt vanaf 1-1-2020 een maximum (quotum) voor het aantal te verlenen vergunningen voor woningen die kamergewijs wordt bewoond; zowel op wijkniveau als per gebouw! Volgens het voorstel beschermt dit de samenstelling van de woningvoorraad en voorkomt het (citaat) “dat een te groot aandeel woningen wordt omgezet naar kamers, met als gevolg dat er onvoldoende grote woningen overblijven voor zelfstandige bewoning. Tevens wordt hiermee voorkomen dat één- en tweepersoons huishoudens en gezinnen uit de markt worden gedrukt, doordat woningen vanwege de hogere opbrengsten enkel worden verhuurd per kamer. Het maximum per gebouw moet negatieve effecten op de leefbaarheid tegengaan. Dit maximum voorkomt dat er te hoge concentraties van kamerverhuur ontstaan in een gebouw, wat kan leiden tot weinig sociale cohesie en overlast als gevolg van meer intensieve bewoning. In het belang van de leefbaarheid geldt tevens een maximum voor het aantal bewoners per kamer en geldt een beperking van het aantal onzelfstandige woonruimten dat kan worden gerealiseerd in een woning. Ook worden eisen gesteld aan de geluidsisolatie en is het verplicht dat een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur beschikt over een gemeenschappelijke ruimte.” (einde citaat) In Nieuw-West

In de tabel (afbeelding) staan het maximum aantal vergunningen dat de gemeente alleen al in Nieuw-West voor kamerverhuur wil verstekken. Het is de vraag of het aantal per wijk niet te hoog is om afbreuk aan de leefbaarheid van wijken te voorkómen. Daarnaast is het de vraag of de boetes, die overtreders boven hun hoofd hangen als zij niet aan de voorwaarden en vergunningeisen voldoen (€ 4000 – € 20.750) wel afschrikwekkend/hoog) genoeg zijn.

Woonplicht?

Op het punt van kamerverhuur wil de GroenLinks-fractie in Nieuw-West aan B&W het advies geven om “te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn tot de invoering van de woonplicht. Woonplicht gaat naar onze [GroenLinks] mening verder dan de verhuurperiode, omdat dit ook speculatie middels doorverkoop van woningen zonder dat deze zijn bewoond, tegengaat.”

Volg de SDC-vergadering dinsdag 25 juni vanaf 19.30 uur live via: nieuw-west/notubiz.nl .

Inspraak

Wie aan B&W méér adviezen wil meegeven, over kamerverhuur of andere onderdelen, kan tot en met 13 juli 2019 bij de gemeente een reactie (zienswijze) indienen. Zie: www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/wonen/2020-inspraak .