Extra aandacht voor een schoon Scholeneiland

Elk jaar bepaalt stadsdeel Nieuw-West welke buurten extra geld en aandacht nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat er erg veel zwerfvuil op straat ligt, er veel eenzame mensen wonen of omdat men overlast van jongeren ervaart. Alle voornemens staan in de zogeheten gebiedsplannen. In een aantal interviews vertellen bewoners uit Nieuw-West wat ze dit jaar hebben gemerkt van die extra aandacht. Hoe kijken ze tegen hun buurt aan en is er al wat veranderd? En hoe zien ze hun buurt in de nabije toekomst? Deze week: Irma Houtkamp, bewoonster van het Scholeneiland.

Shirley Brandeis

 

“Sinds 1953 woon ik al in Slotermeer. Ik heb de buurt zien veranderen. Zo bestond het Scholeneiland, het wijkje met witte huizen aan de Burgemeester Van Leeuwenlaan, nog niet toen ik als kind boven de bakker aan diezelfde laan woonde. Ook nog niet toen ik op mezelf ging wonen in de jaren zeventig. Eind jaren tachtig werd de witte nieuwbouwwijk gebouwd. Ik wist meteen dat ik daar wilde wonen, op de plek waar mijn lagere school heeft gestaan.”

Aad en Irma ruimen geregeld de rommel naast de prullenbak op

Aad en Irma ruimen geregeld de rommel naast de prullenbak op

Buurtbarbecue

“Het is een rustig wijkje en we wonen hier fijn. Ik ken de buren uit mijn blok, ken de achterburen. Sinds mijn pensioen ben ik voorzitter van de bewonersvereniging; jaarlijks organiseren we een barbecue, ook met halal vlees. Doordat ik nu vaker thuis ben, zie ik meer wat er in de buurt gebeurt. Met wijkagent Paul de Winter heb ik geregeld contact. En soms is dat erg nodig.”

Melding van overlast
“Paul adviseerde me om plaats te nemen in het Buurtpanel, waar betrokken bewoners uit heel Slotermeer en professionals geregeld overleg hebben. Ik leerde er dat je vrij eenvoudig melding kunt doen als er rotzooi op straat ligt of als iets kapot is. Dat noemen ze een MORA, een melding openbare ruimte Amsterdam. Ik maak dan een foto van de plek waar zwerfvuil ligt of het fietspad verzakt is, en stuur die op via de site van de gemeente Amsterdam. Het werkt goed, ze komen het meestal snel opruimen. Soms moet je een beetje helpen, zoals met een kerstboom die maanden bleef liggen. Na mijn melding gebeurde er eerst niks, maar die boom leek dan ook wel onderdeel van het groen. Toen heb ik ‘m zelf een stuk versleept, zodat ie meer opviel. En zo maak ik melding na melding. De gemeente kent mij inmiddels wel, ha ha.”

 

‘Top, houwen zo!’
“Een grote groep jongens komt graag samen op het veldje aan het begin van onze wijk. Ik ben zelf ook jong geweest, ik snap dat ze een plek willen om te hangen.  Tieners zijn het, maar veelal ook twintigers. Geluidsoverlast hebben we er niet van, wel last van de troep die ze op straat gooien. Hun aanwezigheid voelde soms niet prettig, sommige bewoners durfden niet langs te lopen. De wijkagent vroeg me of ik ze wel eens aansprak. Dat ben ik toen gaan doen en dan merk je dat het vooral om de toon gaat, over en weer. Al krijg je soms als antwoord dat ‘we’ toch belasting betalen om het afval te laten opruimen. Het is een kleine moeite dat zelf te doen, geef ik dan als weerwoord. Tegenwoordig steken ze hun duim op als ik langsfiets en als ik soms roep of ze hun troep in de prullenbak willen gooien. Ze knikken dan en ik roep: ‘Top, houwen zo!’ Paul, de wijkagent, gaat ook geregeld bij ze langs.”

 

Werkbrigade
“Maar goed, er blijft helaas nog altijd veel liggen. Dan is het fijn dat je een MORA kan doen. En sinds dit jaar lopen hier mensen van de Werkbrigade, werklozen die met behoud van uitkering klussen in de openbare ruimte uitvoeren. Veegwagens volstaan niet, die rijden rond de geparkeerde auto’s, terwijl daar juist veel vuil onder ligt. Op mijn verzoek komen de mensen van de Werkbrigade nu in de ochtend vegen als de bewoners, met auto, naar hun werk zijn. Ze legen ook de prullenbakken, die anders vrijdagmiddag al vol zitten terwijl het weekend nog moet beginnen. De irritatie door het afval op straat is daardoor minder. Maar ja, de oorzaak is er niet mee weggenomen. Dan is het fijn dat je dat in het Buurtpanel kunt bespreken; hoe ervoor te zorgen dat de mensen die er chillen de boel netjes houden.”

 

Handhaving nodig
“Projecten zoals de Werkbrigade en de mensen die het werk uitvoeren, dragen bij aan een fijnere buurt. Ze maken bijvoorbeeld ook de perkjes schoon. Ik zeg wel eens tegen ze: ‘Ik ben zo blij dat u dit opruimt!’ Waar het kan, help ik samen met buurman Aad mee. Soms is het onbegonnen werk. Laatst vond ik samen met Aad, die ook een afvalcontainer heeft geadopteerd, een verhuisdoos vol zilverkleurige slagroompatronen, waar lachgas heeft ingezeten. Handhaving hebben we hier nodig. Helaas is het aantal handhavers in Nieuw-West klein. Dan is het dweilen met de kraan open. En ook je best doen samen met de mensen die dat willen. Ik wil wel, want dit is al mijn hele leven mijn buurt. Dit eiland voelt als mijn pakkie-an.”