Econasium succes in Nieuw West

Het Comenius Lyceum in Amsterdam Nieuw-West is een kleine middelbare school voor havo en vwo. De ruim 700 leerlingen werken hard aan het creëren van een mooie toekomst. Voor zichzelf, maar zeker ook voor anderen en voor de wereld om hen heen. Dat doen zij door het volgen van het reguliere onderwijsprogramma, maar de leerlingen doen nog iets extra’s: het econasium.

Econasium

Het econasiumprogramma is een doorlopende leerlijn die compleet in het teken staat van duurzaamheid. Ecologie is daar een onderdeel van, maar ook sociale, economische, maatschappelijke, technische en andere duurzaamheidsvormen zijn in het programma opgenomen. Hiermee wil de school haar leerlingen opleiden tot zelfbewuste, kritische mensen die zorg dragen voor de planeet en de wereld om hen heen. Dit programma is uniek in Nederland en draait al drie jaar naar volle tevredenheid.

Hoe ziet dat programma er eigenlijk uit?

Klas 1: de introductie

De leerlijn start in klas 1, zodra de leerlingen vanuit de basisschool voor het eerst de school binnen komen. Tijdens de eerste schooldagen, die in het teken staan van kennis maken met de school, de mentor en docenten, hun klasgenoten en het onderwijs, participeren alle brugklassers in de introductiedagen. Hierin ontdekken zij voorzichtig de wereld van de duurzaamheid, waarin met name ecologische onderwerpen worden aangestipt. Zo leren de leerlingen in verschillende workshops iets over recycling en upcycling en over het zuiveren van water, waarbij zij zelf actief en creatief bezig zijn met het onderwerp. Daarnaast maken zij een wandeling door het nabij gelegen Rembrandtpark, waar zij een aantal duurzaamheidselementen bekijken en bespreken, en gaan zij een persoonlijke challenge aan: ze kiezen één van de vele aangeboden uitdagingen, zoals een dag geen vlees eten, soep maken van afvalgroenten, of drie dagen geen boodschappen doen die in plastic verpakt zijn. Hiermee worden de leerlingen aan het denken gezet over hun persoonlijke mogelijkheden iets goeds voor het milieu te doen.

“Meester, mijn challenge is het eten van insecten in plaats van vlees… maar ik vind sprinkhaan heel vies. Mag ik ook levende mieren eten?”, vroeg een eersteklasser aan meneer Kruse. “Sprinkhanen smaken best lekker hoor! Maar als jij mieren wil eten, ga vooral je gang. Daar zitten vast ook heel goede stofjes in.”, was het antwoord.

Klas 1 en 2: competenties

In de loop van het eerste en het tweede brugklasjaar doen de leerlingen een aantal  activiteiten en projecten. In de activiteiten wordt veel aandacht geschonken aan het ontdekken en verbeteren van zeven verschillende competenties. Door het aanbieden van dit competentiegerichte onderwijs, kijken de leerlingen naar zichzelf en ontdekken ze wat ze goed kunnen en waar ze zich nog in kunnen verbeteren. De competenties zijn zo gekozen, dat ze een goed beeld geven van de vaardigheden die nodig zijn om zelfstandigheid en verantwoordelijkheid te verwerven en om projectmatig te werken. Hierbij zijn het de leerlingen die zichzelf scoren op de vaardigheden.

De projecten staan alle in het teken van een duurzaamheidsonderwerp, waarbij de leerlingen de verworven competenties moeten gebruiken om zo goed mogelijk in groepsverband tot een mooi eindproduct te komen.

Klas 3: de overgang naar volwassenheid

Het programma in klas 3 kent een andere invulling en lading dan in de brugklasjaren. De leerlingen in de derde klas kennen hun eigen mogelijkheden inmiddels veel beter en zijn op zoek naar zelfstandigheid, vrijheid en het maken van eigen keuzes. Daarom heeft de school in klas 3 gekozen voor een puur projectmatige aanpak. Gedurende 3 verplichte en een aantal keuzeprojecten leren de leerlingen de diepere kanten van projectmatig werken. Hierbij hebben zij meer keuzevrijheid en kunnen ze in een aantal gevallen hun eigen weg bewandelen. Reflectie is een constant aanwezig element en loopt als een rode draad door het programma heen.

Een groepje leerlingen is in november op studiereis naar Marrakech geweest. Onder leiding van de coördinator van het econasium, dhr. Kruse, hebben zij de klimaattop bezocht, zijn zij te gast geweest bij de zonne-energiecentrale in Ouarzazate en hebben zij een aanbeveling geschreven voor het Pikala-project, een fietsproject van een Nederlandse dame in Marrakech. “Het was heel spannend om zonder ouders op reis te gaan, maar ik heb zoveel geleerd over wat ik later wil doen…” was de reactie van één van de leerlingen.
Naar aanleiding van deze studiereis hebben deze leerlingen een workshop verzorgd op een congres van de Nationale Jeugdraad  en hebben zij één van de gedichten die gemaakt zijn ter reflectie op de reis voorgedragen op de Nacht van de Arabische Literatuur. Inmiddels is het groepje leerlingen druk bezig met het afronden van het Marroko-project. Hun voorstellen voor het verbeteren van de leef- en werkomstandigheden van de lokale bevolking in Ouarzazate door te profiteren van de aanwezigheid van de zonne-energiecentrale, zullen zij begin maart presenteren aan een groep genodigden, waaronder de Marokkaanse ambassadeur en de bij het project betrokken professor Sinke van de UvA.

 

Van links naar rechts: Chaimae van Ooijen, Mahjouba Ben Salah, Ikram El Amrani,

Dhr. Beukeboom, Nederlandse delegatie

 

O3

In de tijd dat de leerlingen in klas 3 bezig zijn met hun profielkeuze, die een goede stap naar de bovenbouw moet garanderen, krijgen de leerlingen ook informatie over het econasiumvak in de bovenbouw: O3. Dit vak is een anderssoortig vak dan de normale in het curriculum. Het is een vak zonder lessen, boeken en docenten die zeggen wat je moet leren, maar een vak waarbij elke leerling zelf kiest welke duurzaamheidsprojecten hij doet en op welke manier hij de weg naar een goed eindproduct aflegt. Het zelf vormgeven van je eigen onderwijs is een nadrukkelijke wens van de leerlingen en die wordt hiermee vervuld.
In al deze projecten zitten vaste elementen. Zo behandelt elk project een duurzaamheidsvraagstuk dat gesteld wordt door een hogeschool, universiteit, bedrijf of instelling. Met een keur aan partners is inmiddels gewerkt aan het voorbereiden van één of meerdere projecten voor de bovenbouwers. De groep leerlingen die een project gezamenlijk gaat uitvoeren, heeft dus te maken met een externe opdrachtgever, voor wie zij werken en aan wie zij het eindproduct moeten presenteren. Hiermee leren de leerlingen hun mogelijke werkvelden (ver)kennen en ontdekken zij de ins en outs van verschillende studies en beroepen. Dat is de beste voorbereiding op een vervolgstudie en uiteindelijk op het werkzame leven. Tegelijkertijd stellen zij hun competenties in dienst van het mooier maken van de wereld om hen heen. De coach, die elk projectgroepje vanuit de school krijgt toegewezen, kan hen daarbij helpen.

Een andere belangrijk verschil is dat het kiezen van het vak O3 betekent, dat een leerling een extra vak heeft naast het normale aanbod. Het vak biedt dus een goede uitdaging aan degenen die daarnaar op zoek zijn. Het betekent ook dat niet iedereen O3 kan kiezen: alleen diegenen die hebben laten zien een extra vak aan te kunnen, krijgen toegang tot het econasium in de bovenbouw.

Naast projecten die door de school worden aangeboden, hebben leerlingen in de bovenbouw ook de mogelijkheid zelf projecten op te zetten. Dit doet een nóg groter beroep op hun capaciteiten, maar geeft ook meer de mogelijkheid de eigen interesses en specialismen in te zetten voor hun ontwikkeling.

Met het maken van een profielwerkstuk over duurzaamheid, komt in de examenklas een einde aan het econasium van de leerlingen. Met een goedgevuld persoonlijk einddossier en een econasiumcertificaat verlaten zij de school, op zoek naar het pad dat bij hen past.

De toekomst

Het ideale toekomstbeeld dat de school voor ogen heeft, is een doorlopende leerlijn te vormen van de basisschool naar HBO en universiteit. Daarom wordt ook veel tijd gestoken in het betrekken van basisscholen in de omgeving bij het programma en de contacten met het vervolgonderwijs. Ook onderzoekt de school op welke manier het vak O3 om te vormen is tot officieel examenvak. Aankomend schooljaar kan door de leerlingen van het econasium in de bovenbouw zelf worden onderzocht op welke manier andere middelbare scholen zouden kunnen aansluiten bij het programma van het econasium.

Wat vinden de leerlingen er eigenlijk van?

De school is constant bezig met reflectie op het programma en het betrekken van leerlingen bij het proces. Leerlingen praten mee over de projecten die aangeboden worden, over de voor- en nadelen van het programma en over hun wensen voor de komende jaren. Daarmee bewapend wordt het programma steeds verbeterd en aangescherpt. De glimmende steen wordt langzaam een mooie diamant.

Eén van de mooiste uitspraken die geuit zijn door leerlingen van het Comenius is: “Ja! Het econasium moet er zijn, dat is logisch. Het thema duurzaamheid is heel belangrijk want hierdoor raakt de wereld minder snel op.” Daarmee is meteen het belang van het programma duidelijk gemaakt: het besef bij kinderen dat zij zelf iets kunnen doen aan hun eigen toekomst en die van anderen.

  1 comment for “Econasium succes in Nieuw West

Comments are closed.