Jean (18) interviewt Jesse Bos

Serie: in gesprek met de stadsdeelwethouder

Nieuw-West – In de stadsdeelserie ‘bewoner interviewt wethouder’ is de beurt deze keer aan Jesse Bos (PvdA). De 18-jarige Jean Carlos groeide op in Ecuador en woont sinds 2012 in Amsterdam. De Nederlandse taal heeft hij al goed onder de knie. Goed genoeg om een stadsdeelwethouder wat vragen over haar werk en privéleven te stellen.

Tekst en begeleiding: Shirley Brandeis

Journalistieke ervaring heeft hij al. De schoolkrant van zijn school, het Mundus College in Slotermeer, wordt onder andere door Jean Carlos elke twee maanden samengesteld. Meer wil hij weten over Nederland, over het reilen en zeilen hier, ook politiek gezien, over de taal, die hij uiteindelijk vloeiend wil spreken. Jean is goed op weg. De vragen voor de wethouder schreef hij zelf uit, het gesprek ging soepel. Beginnend met de vraag: wat wilde u worden toen u klein was?

Bos: “Drie dingen: boerin, burgemeester of timmerman.”

Jean interviewt wethouder Jesse Bos

Jean interviewt wethouder Jesse Bos

Dat zijn nogal verschillende dingen.

Bos: “Maar heel logisch. Ik vierde af en toe vakantie bij mijn oom op de boerderij. Dat sprak me wel aan. Alleen moest je dan met een boer trouwen; dat zag ik niet zo zitten. Timmeren vond ik ook leuk. Jammer dus dat ik op school moest breien, omdat ik een meisje was. Maar het werd dus iets in de richting van die andere keus: de politiek.”

 

Wat is het beste dat u als wethouder heeft gedaan?

“Dat zouden de bewoners beter kunnen zeggen. Ik kan wel aangeven wat mijn motivatie in mijn werk is: iets willen betekenen voor de mensen. Hierbij zijn vooral gelijke kansen voor jongens en meisjes voor mij van groot belang. Kansen pakken, dát wil ik stimuleren.”

Welke concrete zaken heeft u gestimuleerd afgelopen vier jaar?

“Onder andere de Huizen van de Wijk, de locaties in de verschillende wijken waar bewoners met vragen en ideeen terecht kunnen. En de wijkteams van Samen Doen, die bij de mensen thuis samen met hen zaken als schuld- of opvoedproblemen aanpakken. Het is mooi om daaraan, aan het hele stadsdeel bij te dragen. Het lijkt vaak op schaken op verschillende niveaus – met bewoners, met raadsleden, met de andere bestuurders, de centrale stad – om dingen voor elkaar te krijgen.”

Wat doet u voor mensen van mijn leeftijd?

“Ik vind het vooral belangrijk om ervoor te zorgen dat de school haar jongeren ondersteunt en om af en toe wat extra’s te organiseren voor een school. Maar als stadsdeel moeten we vooral aandacht besteden aan jongeren die van huis uit onvoldoende gesteund worden, die zonder diploma van school af dreigen te gaan,  jongeren die hun toekomst verknallen. Jongeren moeten perspectief hebben. Daarvoor is er bijvoorbeeld het Jongeren Servicepunt, dat hen ondersteunt en informeert over stage, school en werk.”

Lastig in crisistijd?

“Lastig hier is vooral dat er veel bewoners zijn die vanwege hun lage opleiding extra kwetsbaar zijn als ze hun baan verliezen. Voor sommige bewoners betekent de crisis een opeenstapeling van problemen omdat alles duurder wordt en de beloofde stedelijke vernieuwing niet doorzet. Maar aan de andere kant zijn onze inwoners veelal minder verwend en gewend en dus kunnen zij bij uitstek omgaan met minder. Dat is hun kracht. In vier jaar tijd heb ik veel waardering gekregen voor bewoners, vooral zij die met weinig toch rondkomen, voor bewoners die hier ontzettend actief zijn, voor vrijwilligers die zich ergens voor hebben ingezet.”

Werd u zelf van huis uit gestimuleerd?

“Ontzettend, door beide ouders. Ik ben opgegroeid in Groningen, boven het garagebedrijf van mijn vader. Daar leerden we als kinderen om de handen uit de mouwen te steken, om oog voor de klant te hebben. Ik mocht studeren. Het werd, na een jaar Amerika, politicologie met deels een doctoraal antropologie. Ik was en ben vooral geïnteresseerd in wereldgeschiedenis. In het Tropenmuseum heb ik bijvoorbeeld ooit een vrouwenproject opgezet over vrouwen in Ecuador. Het doel: vrouwen stimuleren in hun eigen ontwikkeling.”

Uw taak als wethouder zit er bijna op…

“Op 19 maart zijn de verkiezingen. Ik ben niet verkiesbaar, dus ben ik nu mijn werkzaamheden aan het afronden. Ik ben afgelopen weken alle Huizen van de Wijk langsgegaan om met bewoners te evalueren wat beter kan. Ook maakte ik nog een ronde langs diverse migrantenorganisaties om te praten over de veranderingen in de zorg in 2015. Veel taken gaan dan van rijk naar gemeente, terwijl er tegelijkertijd minder geld zal zijn. Daar moet met name in de migrantengemeenschap men nog goed van doordrongen worden.”

En wat doet u na 19 maart?

“Dan heb ik een afscheidsfeestje met mijn PvdA-fractie en zal ik nog enkele weken er zijn om anderen in te werken. En daarna… ik weet het nog niet. Ik zal zeker maatschappelijk actief blijven, maar ook meer tijd nemen voor mijn hobby’s: houtbewerking en zwemmen. Elk jaar riep ik in de Westerpost dat ik tijd zou vrijmaken voor wat baantjes in het zwembad. Nu, echt waar, ga ik dat zeker doen.”

Eerder verscheen in deze serie het gesprek met wethouders Els Verdonk en Ronald Mauer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *