Dit zijn de ‘nieuwe’ wijkagenten in uw buurt

Elke vijf jaar wisselen wijkagenten, voorheen bekend onder de naam buurtregisseur, van wijk. Dit houdt hen fris en geeft de politiemensen nieuwe uitdagingen in hun vak. Op het hoofdbureau van de politie aan het August Allebéplein wisselden vijf mannen en vrouwen in Nieuw-West van buurt. Dit zijn ze.

Shirley Brandeis

V.l.n.r.: Jos Brugman, Lotte Wagemaker, Caroline van der Flier, Mohsin Ben El Faquih Akalay en Marcel Kunst

V.l.n.r.: Jos Brugman, Lotte Wagemaker, Caroline van der Flier, Mohsin Ben El Faquih Akalay en Marcel Kunst

Lotte Wagemaker (Zijlpleinbuurt)
“Van het Belgiëplein in Nieuw Sloten naar het Lambertus Zijlplein in Geuzenveld. Dat is nogal  wat anders, ja. Ik had het erg naar m’n zin in Nieuw Sloten, waar ik mijn werkzaamheden als wijkagent combineerde met mijn opleiding. Nu dus in Geuzenveld aan de slag. De wijk is me niet onbekend. Vanuit bureau Lodewijk van Deyssel, waar ik voorheen zat, was ik bekend met de problematiek hier: woninginbraak, jeugdoverlast en overvallen op winkels. Dit laatst heeft sinds kort geleid tot cameratoezicht op het winkelplein. Waar mijn collega Jos het wat rustiger heeft qua winkelaantal, heb ik het loeidruk. Het plein is dé ontmoetingsplek van de buurt; er is ook een Huis van de Wijk. Gelukkig zijn de lijnen kort en werken we ook over de grenzen heen. Ook kan ik op de bewoners rekenen. Neem Hans Pisano van de viskar op het plein. Die werkte daar al voor ik geboren was! Ondanks dat hij in het verleden teleurgesteld is geweest in politie en stadsdeel blijft hij zich inzetten voor de buurt. Veel ondernemers willen hun schouders eronder zetten, zijn open en betrokken. Ze zijn het imago van hun wijk zat. Ja, er is jeugdoverlast, maar hé, het grootste deel van die jeugd is gewoon aanspreekbaar.”
Jos Brugman (Beerenbrouckbuurt)
“Hiervoor was ik een half jaar in Zuid-Soedan en een jaar in Mali voor de Verenigde Naties. Ik leidde er onder andere agenten op en rapporteerde aan het hoofdkantoor in New York. Ja, dat is ver over de Nederlandse grens, maar binnen Amsterdam ben ik erg honkvast. Buiten de ring bestond voor mij niet. Dat kon ik nooit met ‘de stad’ associëren. Totdat ik hier kwam, in Geuzenveld. Vanuit Afrika moest ik mijn keuze voor een nieuwe buurt doorgeven. Mijn hoofd stond er niet naar, ik vroeg mijn chef om raad en die adviseerde Nieuw-West. ‘Jij kunt de problemen daar wel handelen,’ zo sprak ie. En ja, er is wel wat gaande hier. Koop en sociale huur door elkaar, laag- en hoogbouw, een paar probleemgezinnen. Dat kan gedoe geven, al zijn straatvuil en hondenpoep er de grootste ergernissen. Mijn speciale opdracht is om achter de voordeur te kijken. Problemen die nog niet in kaart zijn gebracht zichtbaar te maken. Ik neem de tijd om de buurt en de mensen te leren kennen. Maar merk ook dat als mensen je nodig hebben,ze je – al ben je nieuw – snel weten te vinden.”

Marcel Kunst (Oostoever Sloterplasbuurt)
“Hiervoor was ik brigadier, ik wilde graag een eigen wijk. Dat werd op mijn verzoek deze buurt aan de Sloterplas. Een divers stuk stadsdeel, bestaande uit drie heel verschillende wijken. Zo heb je de Hemsterhuisstraat en omgeving, waar senioren en jonge gezinnen wonen en veel bewoners erg betrokken zijn, bijvoorbeeld bij of door broedplaats HW10. Je hebt woonwijk Oostoever, een nog niet erg oude buurt met veel gezinnen, en de Jacob Geelbuurt. Die laatste telt voornamelijk sociale huurwoningen, krijgt nieuwbouw op schoolgebied en kent vooral sociale problematiek. Ik loop rond en ik heb een spreekuur, op dinsdag van half tien tot half twaalf zit ik steevast in het Alliantiekantoor aan de Jacob Geelstraat 49. Zo leer ik de buurt en haar bewoners en ondernemers kennen. Ik hoop te horen wat er speelt, hoop dat mensen melding maken van dingen die niet in orde zijn. Ze krijgen altijd binnen een dag van ons of een collega te horen wat ermee gedaan wordt. Zo weet men dat er geluisterd wordt.”

 

Caroline van der Flier (Confuciusbuurt)
“In het begin liep ik met een stratenboekje door de buurt. Kende ik de Erasmusparkbuurt in Bos en Lommer, waar ik hiervoor wijkagent was, op m’n duimpje. Op en rond het Confuciusplein moet ik helemaal opnieuw de weg weten te vinden. Letterlijk dus, maar ook figuurlijk, door contact te maken met de bewoners, langs te gaan bij de winkeliers aan de Burgemeester van Leeuwenlaan. Ik laat de mensen weten dat ik er ben, fietsend of lopend door de buurt, laat weten dat ze me kunnen benaderen. De reacties zijn positief. Men wil de eigen wijkagent graag kennen. Wat er precies allemaal speelt in de buurt moet ik nog ontdekken. Ik wil te snel. Het liefst had ik de eerste week al op een rijtje hoe het hier allemaal zit. Ik moet me laten informeren en de mensen die hier wonen en werken heb ik daarbij nodig. Wijkagenten benadrukken graag dat we het niet in ons eentje kunnen. We hebben alle oren en ogen nodig die er zijn. Mensen twijfelen nog wel eens of ze iets moeten melden, maar we moedigen aan dat wel te doen. Liever een keer te veel dan te weinig.”

 

Mohsin Ben El Faquih Akalay (Dobbebuurt)
“Qua bewonerssamenstelling is mijn vorige buurt, rondom de Jacob Geelstraat, te vergelijken met mijn nieuwe buurt. De Dobbebuurt is een volkswijk met problemen vooral in de openbare ruimte en achter de voordeur. Ook afval en zwerfvuil is hier een grote ergernis, maar ik zie over het algemeen een mooie buurt met een prachtig park. Met, net als in Slotervaart, gouden mensen. Zeer betrokken bewoners zoals Tilly, die buurthuiskamer de Dobbekamer oprichtte. Met haar en alle andere bewoners, en met ondernemers aan de Burgemeester De Vlugtlaan, ga ik graag in gesprek over hoe zij de wijk zien, wat er mis gaat, wat er beter moet.  Ik hoor dat er veel jeugd op straat is die overlast veroorzaakt, dat normen en waarden door veel mensen  met voeten getreden worden. Dáár moeten we, onder andere, aan werken. Mensen moeten hun buren leren kennen, respect hebben voor elkaar. Dat is een van mijn speerpunten nu.”

Iets melden? U kunt de politie bereiken via het nummer 09008844 en via internet www.politie.nl.


Foto-onderschrift: V.l.n.r.: Jos Brugman, Lotte Wagemaker, Caroline van der Flier, Mohsin Ben El Faquih Akalay en Marcel Kunst