100 jaar voor Henny Hidma-Göbel

Osdorp – “Op 4 augustus 1917!” Ze weet de datum als de beste. Dat er een feest was voor haar honderdste verjaardag, die herinnering is vaag. Maar omgeven door familie, fotoalbums en met een flinke dosis humor weet de 100-jarige Henny het bezoek van de krant te vermaken.

Shirley Brandeis

Ze heeft gereisd (“Spanje is een heerlijk land”), ze heeft een grote liefde gekend (“Klaas en ik trouwden niet groots, daar waren we te nuchter voor”) en ze heeft veel liefde gegeven. Kinderen heeft ze zelf niet, maar inmiddels volwassen nichtjes en neefjes herinneren zich het lekkers bij tante thuis of de buitenlandse reizen die ze met haar en oom Klaas doorbrachten.

Naast een brief van de koning en koningin en van de burgemeester kwam lokaal wethouder persoonlijk Erik Bobeldijk langs om de 100-jarige te feliciteren

Naast een brief van de koning en koningin en van de burgemeester kwam lokaal wethouder persoonlijk Erik Bobeldijk langs om de 100-jarige te feliciteren

Tot twee jaar terug woonde de eeuweling op zichzelf in Osdorp. Hier had Klaas, die eind vorige eeuw overleed, zijn makelaarsbedrijf aan huis. “We leerden elkaar op kantoor kennen. Dan botsten we op de gang tegen elkaar aan en maakten een praatje.” Een val in 2015 zette de verhuizing naar een Osdorpse woongroep in gang. Daar moeten we niet over praten. Ze heeft de zorg nodig, is tevreden erover, maar het ouder worden met deze beperkingen, daar zat ze niet op te wachten. “Soms denk ik, doe ik het leven nog wel goed, ben ik het nog wel waard?”

Ze is de enige nog van het vijf kinderen tellende gezin, waarvan vader Gerrit, voorman bij de  Amsterdamse Droogdok Maatschappij, jong overleed. Broer Joop (Jo) was in de jaren dertig een vooraanstaand voetballer bij OSV Oostzaan. De verhalen horen we van familie; opscheppen zit er niet bij. Nicht Pamela knikt: “Henny en haar man Klaas hebben veel gedaan voor de mensen, maar daar werd niet over gesproken.” Blij wordt ze van herinneringen aan hun zeilboot, aan de skivakanties en cruises die ze maakten. “Hoe is het mogelijk, he,” zegt ze als we haar eeuwfeest aankaarten. Dat ze een brede interesse heeft en scherp van tong is, zoals de familie vertelt, is merkbaar. Ze grapt, ze zingt, geeft advies (“Je moet altijd een dame blijven”) en is geïnteresseerd in de ander. Foto’s van vroeger laten een flamboyante, goed geklede en gekapte vrouw zien die geniet van het leven. Ze is ook wel eigenwijs, vult haar nicht aan, “met een enorm goed hart.” Henny luistert mee naar wat er over haar wordt gezegd en haar ogen maken pret en contact. “Soms maak ik grapjes, maar nooit gemeen hoor.”

Ze herinnert zich de witte bonensoep die ze vaak maakte. De pakjes sap die ze in huis had voor kinderbezoek. De cryptogrammen die ze, verwoed puzzelaar als ze was, maakte. Vroeger hadden mensen het makkelijker, zegt ze. “Er was meer liefde.” Ze zingt ‘Als ik groot ben lieve moeder’ en ‘Nach jedem dezember kommt wieder ein mai’. En dan klinkt het ‘Oh Denneboom’. Het is pas september, ze moet er om lachen. Met neef Rob zingt ze graag samen, de iPad op schoot om op te zoeken wat zij zich herinnert. Veel over Amsterdam, waar Hendrika Cornelia Göbel geboren werd in een tijd dat er nog geen auto’s rondreden. “Amsterdam, daar is nou niks wat ook maar even aan je tippen kan, Amsterdam, hoe je ’t wendt of keert: er is maar een Groot-Mokum, Amsterdam!”